Geschiedenis van het begrip BEELDDENKEN


Maria Krabbe (1889 - 1967)
De term ‘beelddenken’ bestaat al vele tientallen jaren. Deze is afkomstig van de Haagse logopediste Maria J. Krabbe. Halverwege de vorige eeuw constateerde zij dat een aantal kinderen verschillend communiceerde. Zij vond een verschil tussen hun taalvaardigheid en hun vaardigheid op andere terreinen. Na jarenlang onderzoek ontstond bij haar het woord `beelddenken`, dit in tegenstelling tot het `taaldenken`.

De nalatenschap van Maria Krabbe, waaronder het boek 'Beelddenken en Woordblindheid', is ondergebracht bij het Internationaal informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging in Amsterdam.

Nel Ojemann (1914 - 2003)
Nel Ojemann, pedagoge en docent aan de universiteit van Groningen, start rond 1955 een onderzoek, waarin zij een relatie legt tussen het beelddenken en bepaalde leerproblemen. Zij combineerde het gedachtegoed van Maria J. Krabbe uit 'Beelddenken en woordblindheid' , aangaande beeldenkers die anders zouden communiceren, met het proefschrift van de kinderpsychiater L.N.J Kamp 'Speldiagnostiek' . Tevens ontwikkelt zij het Wereldspel, een non-verbaal gestandaardiseerd onderzoeksinstrument om beelddenkers op te sporen, dat tot op de dag van vandaag wordt ingezet bij het officiële Individuele Onderwijskundige Onderzoek Beelddenken. In 1985 sticht Nel Ojemann `De Maria Krabbe Stichting` en publiceert zij haar boek 'Woordblindheid en beelddenken, compensatie, correctie, preventie' .


Jaap Murre
(1963)
Prof. Dr. J.M. J. Murre, hoogleraar Theoretische neuropsychologie aan de UvA, toont in 2010 aan dat mensen rond hun vierde levensjaar een voorkeur ontwikkelen voor het visuele leersysteem (beelddenken) of het verbale leersysteem (taaldenken). Deze voorkeur geldt voor zowel het korte als het lange termijngeheugen en blijft het hele leven aanwezig.


Stichting Beelddenken Nederland (2010)
Op 29 december 2010 is De Stichting Beelddenken Nederland (SBN) opgericht, voortgekomen uit de Maria J. Krabbe Stichting en de Ojemann Stichting. SBN acht het van belang dat in de samenleving en meer in het bijzonder in het onderwijs, meer kennis en begrip ontstaat voor beelddenken en beelddenkers. Ze richt zich vooral op het geven van voorlichting; het (doen) ontwikkelen van diagnostische toetsen en hulp- en lesmiddelen; het bevorderen van passend onderwijs; het analyseren en interpreteren van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van beelddenken en het verspreiden van onderzoeksresultaten die zijn gericht op inzicht en acceptatie van het beelddenken